Frankrijk tijdens de Tour: fietsen, kijken en helemaal in de koers opgaan
Een wielervakantie in Frankrijk is op zich al een goed idee. Mooie wegen, degelijke fietscultuur, genoeg streken waar een lunch nog echt een lunch mag zijn en dat prettige gevoel dat fietsen er niet als nichehobby wordt bekeken, maar gewoon als iets wat erbij hoort. Gooi daar de Tour de France bovenop, en je reis krijgt vanzelf extra lading. Meer sfeer, meer spanning, meer mensen langs de kant en dat heel specifieke zomergevoel dat alleen Frankrijk tijdens de Tour lijkt te hebben.
Maar laat ons ook eerlijk zijn: een wielervakantie tijdens de Tour kan geweldig zijn, zolang je niet de fout maakt om er één groot sportproject van te maken. Wie denkt elke dag een iconische col te beklimmen, daarna nog een etappe te zien en tussendoor ook ontspannen te reizen, komt meestal bedrogen uit. Frankrijk tijdens de Tour is niet het moment om alles tegelijk te willen. Het is net het moment om slim te kiezen. Een paar mooie ritten, één of twee koersdagen echt bewust meemaken, en daarnaast vooral genieten van hoe anders het land aanvoelt wanneer het wielrennen overal meespeelt.
Voor reizigers uit België en Nederland is dat trouwens een erg dankbare formule. Je hoeft er niet ver voor te vliegen, je begrijpt de wielercultuur meteen en je voelt je er zelden een buitenstaander. Integendeel. In juli lijkt half West-Europa in Frankrijk wel een beetje aan dezelfde sportzomer mee te doen. Dat heeft iets gezelligs, zolang je het met wat gevoel voor ritme aanpakt.
De Tour maakt je reis levendiger, maar ook drukker
Dat is misschien het eerste wat je goed moet inschatten: de Tour is fantastisch om van dichtbij mee te maken, maar hij verandert wel het ritme van een streek. Wegen gaan dicht, dorpen lopen voller, hotels zitten sneller vol en in de buurt van bekende beklimmingen wordt het soms behoorlijk circusachtig. Op de officiële Tour-site kun je de route en etappes bekijken, en dat is geen overbodige luxe. Niet om je hele vakantie dicht te timmeren, wel om te vermijden dat je per ongeluk op de verkeerde dag precies midden in de grootste drukte belandt.
Mijn voorkeur? Kies één regio waar de Tour passeert of finisht, maar ga niet pal op de meest gehypete plek zitten. Een bekende col op een bergetappe klinkt verleidelijk, alleen zit je daar al snel tussen camperrijen, wachturen en veel mensen die vooral bezig zijn met “erbij zijn”. Dat kan leuk zijn, maar het hoeft niet elke dag. Vaak is het slimmer om iets verderop te logeren, in een kleinere plaats waar je ’s ochtends rustig kunt fietsen en later op de dag naar de koers kunt trekken.
Dat geldt trouwens niet alleen voor de Alpen of Pyreneeën. Juist overgangsetappes of glooiende ritten door wijnstreken, landelijke gebieden of kleinere steden geven een vakantie vaak meer adem. Minder heroïek, meer plezier. En laat dat laatste nu precies zijn waar een goede wielervakantie om zou moeten draaien.
Fiets vroeg, kijk later en probeer niet de renner uit te hangen
Er is iets heel verleidelijks aan fietsen in het spoor van de Tour. Frankrijk speelt daar ook gretig op in, met routes, tips en inspiratie voor wie zijn eigen mini-Tour wil rijden. Op France.fr zie je meteen hoeveel regio’s zich daar goed voor lenen, van kanaalroutes en wijngaarden tot serieuze klimgebieden. Alleen is het verstandig om daar een beetje volwassen mee om te gaan. Je bent op vakantie, niet in etappe 17.
De fijnste dagen hebben vaak een eenvoudig patroon: vroeg op de fiets, voor de warmte en de verkeersdrukte echt op gang komen, daarna uitgebreid lunchen of rustig terugzakken naar je verblijf, en later op de dag ergens koers kijken. Dat kan aan de kant van de weg, in een dorp waar de Tour doorkomt, of gewoon op een terras waar iedereen half met zijn bord en half met de wedstrijd bezig is. Dat laatste is trouwens een onderschat genoegen. Niet alles hoeft vanuit de berm beleefd te worden om goed te voelen.
Wat veel mensen vergeten, is dat de Tour een reis ook mentaal beïnvloedt. Je kijkt anders naar het landschap als je weet dat er straks een peloton doorheen zal razen. Een rotonde wordt ineens koersdecor. Een lange rechte strook krijgt spanning. Een dorp hangt vlaggen uit en zet stoelen buiten. Dat maakt zelfs een gewone rit door de streek leuker. Je fietst niet alleen door Frankrijk, maar ook een beetje door de aanloop van een evenement dat overal voelbaar is.
Kies een streek die bij je benen én je humeur past
Niet elke wielervakantie tijdens de Tour hoeft zich af te spelen tussen de grote cols. Sterker nog: voor veel fietsers is dat niet eens de beste keuze. Wie goed klimt en graag wat heroïek inbouwt, kan natuurlijk kijken naar bergregio’s. Maar er zijn genoeg reizigers die meer plezier halen uit glooiende dagen in Bourgogne, de Elzas, de Loire of delen van de Drôme. Wegen zijn daar vaak rustiger, lunches beter verspreid over de dag en je hebt minder dat alles om één legendarische beklimming draait.
Ik zou zelfs zeggen dat veel vakantiefietsers te snel denken dat een “echte” wielertrip zwaar moet zijn. Alsof het pas telt als je bovenkomt met een zoutkorst op je gezicht en een Strava-kop vol lijden. Terwijl een rit van tachtig kilometer door een mooie Franse streek, met één koffiestop, een markt in een klein stadje en een terras na afloop, vaak veel meer vakantie oplevert. De Tour op de achtergrond geeft daar dan net genoeg extra glans aan.
Wil je toch wat gerichter plannen, dan is het overzicht van fietsroutes in Frankrijk handig om te zien hoeveel kanten je op kunt. Dat helpt vooral om realistisch te blijven. Een regio kiezen op basis van hoe je graag fietst, is slimmer dan blind achter de zwaarste Tour-helling aanlopen omdat die bekend klinkt.
De mooiste wielervakantie voelt niet als een prestatie
Misschien is dat uiteindelijk de kern van fietsen in Frankrijk tijdens de Tour: je wilt meeliften op de sfeer, niet op de prestatiedrang. De koers geeft je vakantie kleur, ritme en verhalen. Je hoort commentaar op terrassen, ziet kinderen met petjes langs de weg en merkt hoe vanzelfsprekend wielrennen hier deel wordt van de zomer. Dat is precies waarom deze formule zo goed werkt. Niet omdat je elke dag iets spectaculairs moet doen, maar omdat zelfs gewone dagen nét iets meer geladen voelen.
Voor Belgische en Nederlandse reizigers is het ook gewoon een leuke manier om twee dingen te combineren die hier al sterk leven: graag onderweg zijn en graag koers volgen. In Frankrijk tijdens de Tour vallen die twee bijna vanzelf samen. Maar de kunst zit in doseren. Eén goede rit, één middag koers, één lange avond buiten eten. Meer hoeft het vaak niet te zijn.
Een geslaagde wielervakantie tijdens de Tour herken je dan ook niet aan het aantal cols op je lijstje, maar aan hoe graag je de volgende ochtend opnieuw op de fiets stapt. Met nog wat koerspraat in je hoofd, misschien wat zwaardere benen en vooral veel zin in nog zo’n Franse dag waarop bijna alles vanzelf goed in elkaar valt.